Laatste nieuws:
PAASBOODSCHAP 2020 van Patriarch Kyriel »
Aartsbisschop Johannes wordt Metropoliet »
Agressieve houding Oecumenisch Patriarchaat blijft voortduren »
Overgang Aartsbisdom naar het Russisch Patriarchaat »
Communiqué Aartsbisdom 17 Januari 2019 »
Nieuwsarchief »
 

PROTOCOL KERKELIJK LEVEN

 PAROCHIE H. MYRONDRAAGSTERS

TIJDENS DE CORONACRISIS

 

0.0.      Uitgangspunt
Tijdens de coronatijdperk zal in principe alles digitaal geschieden: de Heilige Diensten worden uitgezonden met beperkt aantal bezoekers (zie 1.2.), de Sacramenten zullen beperkt worden tot alleen diegene, die in pastorale nood verkeren (zie 2.0.). De overige contactmomenten gingen al hoofdzakelijk digitaal en/of telefonisch (zie 3.0). Het uitgangspunt blijft tijdens deze coronacrisis: het persoonlijk contact tot het noodzakelijk minimum reduceren met daarbij 1½ meter afstand bewaren, tenzij dit niet mogelijk is. In het laatste geval zullen dan de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen getroffen worden, zoals mondkapjes e.d. Uiteraard verwachten we van de mensen, die gezondheidsklachten hebben gelijkend op corona en die anders dan normaal voor hen zijn, NIET onze kapel te bezoeken.

 

1.0.      Kerkgebouw
Het Kerkgebouw kent 3 hoofdruimtes, en twee bijruimtes. De hoofdruimtes zijn: het Altaar, de Kerkruimte, en de Nartex. De bijruimtes zijn: de verwarmingsruimte met wc, en de hal richting deze ruimte met wc.

     1.1.      Het Altaar
     Het Altaar is alleen toegankelijk voor de geestelijkheid, en de leken, die om een bepaalde taak daar aanwezig moeten zijn. Tijdens de coronacrisis zal in het Altaar in principe één priester aanwezig zijn; hoogstens twee, waarbij een afstand van 1½ meter in acht wordt genomen. Na een Dienst kan een leek de Altaarruimte betreden voor het stofzuigen. De aanwezigen aldaar geeft hem daarbij voldoende ruimte om enerzijds zijn werk ongestoord uit te laten voeren, en anderzijds om een afstand van 1½ meter in acht te nemen.

     1.2.      De Kerkruimte
      In de kerkruimte staan aan de zijkanten elk één bank, en achterin twee banken: één links, de ander rechts van de ingang van de Kerkruimte. Vooraan links staat een grote lessenaar voor het koor; en vooraan rechts staat een Panichida-altaar. De Kerkruimte geeft daardoor gelegenheid om op 4 verschillende plaatsen in deze kerkruimte verschillende huishoudens de Heilige Diensten te laten volgen. NB een huishouden bestaat uit mensen, die onder dezelfde dak wonen; het kunnen alleenstaanden zijn, maar ook echtparen en/of gezinnen. Deze huishoudens blijven tijdens de Dienst gescheiden van de andere huishoudens om een afstand van 1½ meter in acht te nemen. De plaats, waar een huishouden staat wordt door de priester toegewezen. Deze houdt rekening met de grootte van elk huishouden. De kapel biedt GEEN plaats voor 4 gezinnen met elk 3 kinderen; er is tijdens deze crisis ruimte voor maximaal 8 personen in de kerkruimte.

     1.3.      De narthex
     Meteen bij binnenkomst betreedt men de narthex. Aan de rechterkant is de koffiehoek, waar na de H. Dienst koffie wordt gedronken, en iets wordt genuttigd. Tijdens de coronacrisis kan dit koffie-uurtje als een aparte bijeenkomst beschouwd worden, en is derhalve verboden. Bovendien is het onmogelijk om tijdens dit uurtje een afstand van 1½ meter in acht te nemen. Ergo: het koffie-uurtje vervalt tot na de coronacrisis.
Aan de linkerkant is een klein keukentje, waar men de handen uitgebreid kan wassen met water en zeep. Er hangt een handdoek, en er is keukenpapier om de handen te drogen. Bij de ingang van de Kerkruimte staat een flesje met een desinfecterend middel voor vrij gebruik.

     1.4.      Verwarmingruimte met wc
     In de verwarmingsruimte staat een wc. De ruimte is te klein voor meerdere personen, zodat zich aldaar maar één persoon zich mag bevinden, tenzij een ouder zijn of haar kind moet begeleiden. De wc wordt voor en na de Dienst goed gereinigd. Bij de wastafel staat desinfecterende zeep, een handdoek en een keukenrol.

     1.5.      De hal
     De hal is niet alleen doorgangsruimte vanuit de kapel naar de verwarmingsruimte met wc, maar er staan ook kasten met o.a. koorboeken, kaarsen en reservelampen. In dit hok kan slechts maar één persoon aanwezig zijn. Pas als deze ruimte vrij is, kan men deze eventueel weer gebruiken als doorgang van en naar de wc.

     1.6.      Kerkdeuren
     De kerkdeuren zijn tijdens de H. Diensten dicht; voor degene, die niet zijn uitgenodigd om de Heilige Dienst bij te wonen, is de toegang verboden. Aan de buitenkant hangt een blaadje met de tekst:
BELANGRIJK !!!;ONS KERKGEBOUW IS GESLOTEN VOOR NIET-UITGENODIGDE BEZOEKERS TOT NA DE CORONACRISIS; (Als u een Kerkdienst wilt bijwonen, gaarne vooraf eerst contact met de priester; er zijn een beperkt aantal plaatsen beschikbaar); DE HEILIGE DIENSTEN WORDEN OOK UITGEZONDEN VIA YOUTUBE; De link van de uitzending wordt aan het begin van de Dienst verzonden via de Facebookpagina en Whatsapp van de parochie; zie ook: http://www.orthodoxekerkbreda.nl/coronaprotocol-2/“. 

     1.7. Kerkgangers
 
   De aanwezigen in de kapel hebben zich vooraf aangemeld bij de priester, of ze zijn door de priester uitgenodigd om aanwezig te zijn. In dit voorgesprek zijn de aanwezigen gewezen op de richtlijnen van de RIVM, en met name om een afstand van 1½ meter in acht te nemen. Dit geldt zowel voor het binnentreden, als vertrek uit het kerkgebouw, alsmede het “vrijelijk” bewegen in de kerkruimte; wat tot het minimum beperkt moet blijven.

 

2.0.      De Sacramenten
In deze crisistijd zijn de Sacramenten in twee groepen te verdelen: de noodzakelijke Sacramenten, en de Sacramenten die men voorlopig uitgesteld kunnen worden. Onder de laatste groep vallen Huwelijk en Doop. Onder de eerste groep valt o.a. Heilige Communie, de Biecht, de Ziekenzalving en de Uitvaart.

     2.1.      Heilige Communie
     Tijdens de Goddelijke Liturgie kunnen de gelovigen naderen tot de Heilige Communie. Gewoonlijk staat men in een rij met gekruiste armen. Iemand houdt de communicant de kelkdoek voor; de communicant ontvangt via een lepel de Heilige Communie, en kust daarna de Kelk. Voor de communicant is na de Heilige Communie nog antidoron; bestaande uit de randen van het broodje, waaruit het Lam gesneden is, en wijn.
    
Nu met de coronacrisis is deze traditie tijdelijk sterk aangepast. Net voor het uitreiken van de Heilige Communie wordt aan een ieder gevraagd of zij aan de Heilige Communie wilt deelnemen. Bij een positief antwoord neemt de communicant een eigen individuele kelkdoek van een schaal. Men staat niet in de rij, maar gaat één voor één naar voren. Elkeen ontvangt de Heilige Communie van een schone lepel. De vuile lepel wordt in een kop heet water gedaan, waarna een schone lepel wordt genomen voor de volgende communicant. De communicant kust gewoonlijk de Kelk. Dit kan hij/zij gewoon blijven doen zolang de eigen kelkdoek tussen de mond en de Kelk wordt gehouden. Elke communicant neemt na de Heilige Communie een stukje brood van een schaal (antidoron); het drinken van wat wijn uit een gemeenschappelijke beker is geschrapt om een gehoogde kans op een eventuele besmetting van het coronavirus te voorkomen.
    
Aangezien de communicant en de priester elkaar naderen binnen de straal van 1½ meter, zal de priester een mondkapje dragen. De priester zal tijdens de priestercommunie niet uit de Kelk drinken, maar uit een aparte drinknap met een eigen lepel en een eigen kelkdoek. De gebruikte lepels zullen na de Liturgie met kokend heet water worden gewassen. En de gebruikte kelkdoeken worden uitgewassen en gestreken.

     2.2.      De Biecht
    
Wanneer een aanvraag voor de Biecht komt, wordt eerst aan de biechteling gevraagd of hij/zij komt biechten, omdat hij/zij tot de Heilige Communie wilt naderen. Indien dit het geval is, volgt een catechese over de functie van de Biecht. De Biecht is GEEN toegangsbewijs voor de Heilige Communie; het is een apart Sacrament, en geen voorwaarde om de Heilige Communie te ontvangen, zoals in veel Oost-Europese gebruikelijk is. Men kan zich beter eenmaal per jaar goed voorbereiden op de Biecht, en bij voorkeur in de Grote Vastentijd gaan biechten. Deze beide vormen van Biecht kan men uitstellen tot na de coronacrisis.
    
Echter er zijn ook mensen, die in pastorale nood verkeren, en waarbij de Biecht hem of haar verlossing biedt. In dit geval kan de biechteling naderen tot de biechtstoel. Zowel de priester als de biechteling dragen een mondkapje (zie ook paragraaf 3.3.).

     2.3.      Ziekenzalving
     Het belangrijkste bij de ziekenzalving zijn de gebeden en de zalving van de zieke. Belangrijk in dit stadium is het weten hoe ziek de zieke is. Indien de zieke lijdt aan corona en/of men vermoedt dat hij of zij lijdt aan corona, dan horen de voorzorgsmaatregelen afgestemd worden met het verplegend personeel. Wanneer de priester net zo beschermd wordt gekleed als het verplegend personeel bij een coronapatiënt, dan kan hij zelf de gebeden en zalvingen doen. In de overige gevallen en indien er geen beschermende voorzieningen voor handen zijn, dan houdt de priester minimaal 1½ meter afstand, en kan een verzorgende de zalvingen verrichten. Het gebed met een opengeslagen Evangelietekst boven de zieke kan ook op gepaste afstand plaatsvinden.
    
Bij voorkeur wordt gebruik gemaakt van een wattenstaafje voor de zalving en een klein plastiek (medicijn)dopje voor de olie, zodat deze na de zalving vernietigd kunnen worden.

     2.4.      Uitvaart
De uitvaartplechtigheid geschiedt op twee plaatsen: in de Kerk en aan het graf. In het principe het is een vrij statisch gebeuren. Dus het aanwijzen van een plaats met in achtneming van de 1½ meter afstand is mogelijk, en zal door de uitvaartleider geschieden. Ook als er langs de kist gelopen moet worden, ligt de regie bij de uitvaartleider, zodat de afstand van 1½ meter in acht genomen kan worden. In de voorbespreking met de begrafenisondernemer zal de priester dit naar voren brengen; de priester hoort zich alleen bezig te houden met de gebeden bij de kist.
    
Onze Kapel is groot genoeg voor een uitvaart met alleen maar de begrafenisleider en twee familieleden. Indien er meerdere mensen aanwezig willen zijn (tot maximaal 30 in totaal inclusief priester en begrafenisleider), dan hoort de familie en/of begrafenisondernemer een grotere Kerk af te huren.

     2.5. Zegen
     Veelal komen de gelovigen de zegen vragen bij de priester. Dit is tot op heden nog steeds mogelijk; alleen nog op 1,5 meter afstand. Daarmee vervalt dus ook de standaardbegroeting met omhelsing.

     2.6. Iconenverering
    Om verdere verspreiding van het virus te voorkomen, wordt de Iconenverering als volgt gedaan: Men staat minimaal 1 meter vanaf een Icoon, maakt een kruisteken, en buigt eerbiedig. Eventueel kan men bij de Icoon nog een kaars ontsteken.

 

3.0.      Diversen
In deze categorie staan de overige onderwerpen, die van toepassing zijn op onze parochie.

     3.1.      Collecte
    
Tijdens de Liturgie gaat altijd een collecteschaal rond. Voorlopig staat de collecteschaal nu op een tafeltje in de kapel, zodat een ieder naar believen op elk gewenst tijdstip daar een gave in kan deponeren.

     3.2.      Huisbezoek
    
Gezien de grote oppervlakte van onze parochie geschieden de onderlinge contacten al in zeer grote mate digitaal. De huisbezoeken kwamen zeer sporadisch voor. Nu in deze tijd zijn deze zeer weinige huisbezoeken al stopgezet. Indien een persoonlijk contact zeer gewenst is, dan wordt deze persoon uitgenodigd om naar de Liturgie te komen om na de Dienst op gepaste afstand een gesprek met de priester te voeren.

    3.3.     Mondkapje
In de kapel liggen uitwasbare niet-medische mondkapjes. Een ieder mag daar vrij gebruik van maken. Na de Dienst worden de gebruikte mondkapjes in een wasmand gedaan samen met de Kelkdoeken. Als eenmaal een mondkapje uit het plastic zakje is gehaald, dan kan het niet meer terug gelegd worden bij de schone exemplaren; deze horen in de wasmand gedaan te worden.
Na de Dienst worden deze vuile mondkapjes net zoals de Kelkdoeken met heet water gewassen en gestreken.

Hoe gebruikt men een niet-medische mondkapje? 
• Was voor het opzetten én na het afzetten van het niet-medische mondkapje je handen minimaal 20 seconden met water en zeep. 
• Raak tijdens het op- en afzetten alleen het elastiek of de linten aan. 
• Zorg dat je mond, neus en kin goed bedekt zijn en raak het daarna niet meer aan. 
• Draag het niet-medische mondkapje maximaal 3 uur per keer.